
Het strand van Livadh in Himarë, aan de Ionische Zee. Foto: Stella van Zanten©
Net als negen jaar geleden rijden we via Vlorë de SH8 over de Llogara-pas (1027m) naar de Albanese Rivièra. Toentertijd was de pas de
enige weg, inmiddels
is er een tunnel met spiksplinternieuw zwart asfalt op het wegdek, waar de A2 doorheen gaat. Ruim een half uur later komen we uit bij de andere
kant van de tunnel en zie je nog net van bovenaf de Adriatische Zee. Maar wij hebben het mooiste deel van de pas dan al gezien, met enorme
vergezichten over de zee en de weg onder ons richting kust. Tien minuten later passeren we Dhërmi, prachtig gelegen tegen de hellingen van het
Keraunisch gebergte naast het water. De kerk van St Spyridon, met de blauwe koepel op de top, valt goed op naast alle witte huizen met rode
pannendaken. Even later rijden we door Vuno, ook zo'n prachtig dorpje waar - net als in Dhërmi - de SH8 dwars doorheen loopt. De SH8 is een van
de parels van Albanië en loopt helemaal door tot aan de Griekse grens, al die tijd door het schitterende Keraunische gebergte.
Uiteindelijk rijden we Himarë binnen en strijken we neer in het relatief rustige Livadh. Onze reis in 2015 langs de kust heeft wat kennis
opgeleverd. Op het strand staat een houten bar met wapperende doeken, maar die is gesloten. Veel bedjes en parasols zijn al weggehaald, maar
her en der staat nog wat. Langs het strand is een asfaltweg met verharding als parkeerplaats. Veel van deze ruimte is echter voorbehouden aan
gasten van de (hotel)accommodatie aan de andere kant van de weg. Maar wellicht dat een enkele camper toch nog een plek vindt; goeie locatie
zo aan het strand met zicht op zee.
De zon schijnt tussen de wolken en ondanks de harde wind uit zee brengen we toch nog enkele uurtjes door in onze stoelen op het strand.
De onstuimige branding kukelt ons allebei ondersteboven, maar het water is heerlijk. 's Avonds eten we in een van de restaurants pal naast de zee.




Omdat het de volgende dag niet echt strandweer is, besluiten we de zeer bochtige, maar prachtige bergweg SH8 naar Ksamil (en het meer van Butrint)
te rijden. Negen jaar geleden, op doorreis naar Griekenland, verbaasden we ons over zoveel leegte op de paradijselijke
'september-stranden' die her en der langs de kust liggen. Schattige dorpjes geplakt tegen de berghellingen die bijna tot in de Adriatische Zee
komen. En daar tussendoor slingerde onze camper vrijwel alleen naar het zuiden.
Recentelijk hadden we al tot ons genomen dat de kust van Albanië 'iets' (eufemisme) drukker is geworden in die negen jaar en dat de Westeuropeanen
de schroom hebben overwonnen om dat 'enge' land te bezoeken. De tam-tam van een goedkoop imago doet wonderen, zullen we maar zeggen. En last but
not least, dat Albanië na corona als een van de eerste landen openging voor het toerisme.
Op weg naar de Griekse grens komen we eerst door het drukste deel van Himarë. Wat ooit een rustige badplaats was, is veranderd in een uit
zijn voegen gegroeid dorp waar het krioelt van de huurauto's en buitenlandse toeristen. Eenmaal voorbij Himarë zien we de schoonheid van
de SH8 in volle glorie. De ene na de andere bocht biedt een nieuw en schitterend uitzicht op de Ionische Zee. Bij Porto Palermo passeren we eerst
de oude marinebasis voor onderzeeërs en daarna het haventje naast het eilandje met het kasteel van Porto Palermo. Ook hier krioelt het van
de toeristen.


Datzelfde - en nog erger - geldt voor Sarandë. Tot onze
ontzetting zien we dat de kustzijde langs de weg volledig is volgebouwd met appartementenblokken, alle voor de verhuur. En op
plekken waar nog ruimte is, of eigenlijk was, wordt volop gebouwd aan nieuwe blokken. Schreeuwerige eettentjes met keiharde muziek vinden daartussen
hun weg. Het hele strand van Sarandë is niet meer te zien. Door naar ons eindpunt Ksamil, waar wij voor het eerst komen. Op internet las ik al
dat het er heel druk is. Wat heet. Tjonge. Het plaatsje van weleer is waarschijnlijk vele malen in omvang verdubbeld met overal appartementen.
We waren van plan om met het pontje over te steken, maar de lange wachtrij houdt ons tegen. Ook bij Butrint zien we drommen mensen rondlopen. Dan
maar lunchen in Ksamil met zicht op een heel klein stukje zee waar de toeristen hudje mudje zwemmen. We kijken op het Griekse eiland Corfu dat
vlakbij ligt. We kunnen het bijna aanraken. Zes jaar geleden waren we nog op Corfu, waar we met de auto een rondreis
maakten, die we overigens ook met een camper hadden kunnen doen, en keken we vanuit Kassiopi 's avonds naar de lichtjes van Sarandë.
Nu zien we Kassiopi duidelijk liggen. Leuk.




Op de terugweg verlekkeren we ons weer aan de schoonheid van het landschap langs de SH8, ook op de stukken die door het binnenland gaan. We kopen
olijfolie bij een eenzaam stalletje in het binnenland en proberen bij Qeparo de weg naar Fterre te nemen, een onontdekt dorp aan het oog van de
toeristen onttrokken. Na enkele kilometers asfalt weten we waarom. Plots houdt het asfalt op en gaan we over op een stijgende dirt-road. Dat is te
veel gevraagd voor onze camper. En het is nog wel een aantal kilometers. Dat gaan we dus niet doen. Jammer. Maar tijdens die paar kilometer die we
rijden voordat we keren, merken we al dat als je maar even de populaire plaatsen verlaat, je in een ander Albanië terecht komt.
Het Albanië waarnaar wij verlangen en op zoek zijn. Stilte, eenzaamheid en het lokale leven.
Weer in Himarë zoeken we de baai waar we in 2015 bij toeval op stuitten, omdat de weg er langs liep. Dat is inmiddels niet meer. Het was een
leeg, stil en paradijselijk strand. Verrukt over zoveel verborgen schoonheid lieten we ons in de zee zakken. De camper hadden we gewoon langs een
reling aan de lege weg gezet. Wat een weelde. Na wat zoeken vonden we de plek terug. De reling is half gesloopt, overal staan auto's in vakken
geparkeerd, op diverse plekken staan een soort mobiele horeca-karren en op het strand zijn etablissementen met luide muziek verschenen. Het uitzicht
op de baai is belemmerd. Maar natuurlijk trekken we onze badpakken aan en laten we ons op dezelfde plek in het water glijden. De muziek verdwijnt
naar de achtergrond door het geruis van de golven. Als twee otters laten we ons drijven.
En voor even waan ik me aan de kust van het Albanië in 2015. Een verdwenen wereld.
Gjirokaster en Ali Pasha-brug
vorige pagina
naar boven
terug naar intro