
De Osumi-kloof in volle glorie vanaf het uitzichtpunt 'Hole of the Bride'. Foto: Stella van Zanten©
We volgen het stroomdal van de Osum-rivier naar het hart van Albanië. Vanaf Berat beweegt zij zich steeds verder landinwaarts. Niet
lang buiten Berat is de vruchtbare grond aan weerszijden van de rivier optimaal benut. Opnieuw eindeloze rijen olijfbomen, maar ook veel grasland,
appelbomen en granaatappels. En zelfs veel kassen, wel van plastic.
Verder en verder gaan we over de weg. Na een uur zijn we bij de Bogova waterval. Het is vanaf de parkeerplaats nog zeker een half uur lopen met
pittige klimmetjes. Aan de voet van de in het groen gelegen twintig meter hoge Bogova waterval liggen ijs- en ijskoude poeltjes, eentje van enkele
meters diep en eentje van twaalf meter diep. Ze zijn groen van kleur. Wat een idyllische plek. Na enige aarzeling ga ik er in. Het is echt heel koud.
Maar ook leuk. Snel eruit.


Voort gaan we, steeds dieper in de ingewanden van Albanië waar de bevolkingsdichtheid net als in de Albanese Alpen een laagtepunt bereikt. We
rijden vlak langs de rivier, die schitterend door het berglandschap kronkelt. De berghellingen kruipen steeds meer naar elkaar toe. De Osum stroomt
in alle vrijheid naast ons. Verder is er niets. Wat een fenomenaal landschap. Ik kijk mijn ogen uit.
In de dorpjes Sharovë en Corovodë worden we ineens knalhard geconfronteerd met een andere kant van Albanië: bittere armoede. We komen
langs verpauperde flats waar de ellende vanaf druipt. Winkels staan leeg en van veel panden is het glas gebroken. Een op de stoep zittende man
steekt zijn middelvinger naar ons op. Hij schreeuwt van alles.
Nog veel verder zijn we eindelijk bij de kloof. Loodrechte wanden rijzen omhoog en helemaal beneden stroomt de Osum. Machtig gezicht. Toerisme is
hiet nog niet in zwang. Het is niet helemaal duidelijk waar de uitkijkpunten zich bevinden. We rijden wat heen en weer en werpen af en toe een blik
in de canyon. Onderweg weer daverend landschap waar de rivier tintelend doorheen glijdt, misschien wel op weg naar nergens. Uiteindelijk vinden we
- op de terugweg - het mooiste uitzicht op de canyon. We zijn het pad al voorbij als we omkijken en langs de weg een bord zien met daarop de
verwijzing naar de brug en de canyon. Toch nog. We lopen een ongeasfalteerd weggetje in dat voor onze Caddy onberijdbaar is, maar dat evengoed
naar dorpjes voert. De brug over de canyon heeft een stalen frame. We kijken in de diepte en zien enkele mensen lopen op een droog stuk naast
de rivier. De op het frame bevestigde planken zijn her en der verrot, door de gaten zien we in de diepte het water. Kruislings zijn 'nieuwe' planken
aangebracht. Als wij op de brug staan, stuift een kleine, witte 4x4 over de planken. De inzittenden joelen. Wij gaan net als de brug heen en
weer.






SH8, kust en Himarë
vorige pagina
naar boven
terug naar intro