
Vanaf de top is er fenomenaal uitzicht op de omringende Albanese Alpen. Foto: Stella van ZantenĀ©
'Some parts are gruelling', las ik ergens. Wat heet, het was afzien. Niet meer en niet minder, maar wat was het mooi!!! De hike over de
Valbonë pas is misschien wel een van de mooiste (berg)wandelingen in Europa.
Vandaag begonnen we iets voor half 8 aan de bergwandeling Valbonë-Theth door de Albanese Alpen en iets voor half 6 kwamen we aan bij het
guesthouse. Levend, dat wel.
We verlaten om 7u ons mooi gelegen guesthouse en rijden eerst enkele kilometers door de droge rivierbedding van grote keien, waarna we worden
afgezet bij het startpunt. We voelen opluchting dat we dit deel kunnen overslaan; het is ver en het loopt niet prettig. Wij kozen voor
Valbonë-Theth, omdat het klimdeel op deze route weliswaar steiler is, maar wel korter. Als je hem andersom loopt, klim je langdurig. Dat
impliceert natuurlijk wel dat door onze keuze de afdaling ook heel lang is en of dat besluit nu zo verstandig was?
In het begin lopen we alleen, af en toe worden we ingehaald door een groep van zes Albanese mannen die ook op de ferry zaten. Nogal aanwezige
mannen, zullen we maar zeggen. Als zij aan het rusten zijn, lopen wij hen voorbij en zo gaat dat een aantal keren over en weer tot ze ons
definitief voor blijven. Op dat eerste stuk komen we langs de boerderijen van Rrogam. Er liggen wat lieflijke huisjes, verscholen in het landschap.
Bij eentje zaten de schapen nog opgesloten achter het hek. Het was blijkbaar nog te vroeg voor de vrijheid. Luidkeels blaten ze naar ons dat ze mee
willen. Niet lang daarna volgt de eerste uitspanning, maar die komt te vroeg. We zijn nog nauwelijks gestegen.
Na verloop van tijd komt een Brit ons achterop. Het beboste deel hebben we inmiddels achter ons gelaten en we lopen in de volle zon. Hij vertelt
dat hij een buitenmens is, hij is gids voor wildwaterzwemmers in de nationale parken van het Verenigd Koninkrijk. De meeste deelnemers zijn
vrouwen op leeftijd. Asjemenou. Hij verdwijnt uit ons zicht en we lopen weer alleen.
Tot nu toe is de klim best goed te doen, maar wij weten allebei dat het niet zo blijft. Als je 1000m moet stijgen, moet je een keer echt omhoog.
Samengevat: tot de top hebben we twee keer een lang deel, wat we rustig als 'gruelling' kunnen omschrijven. Hele steile stukken waar we slechts
langzaam stijgen. Op sommige delen rusten we meer dan dat we in beweging zijn. Maar toch is het te doen, achteraf bezien vinden we het eigenlijk
wel meevallen. Wel worden we al volop ingehaald door anderen. Waar je tien jaar geleden deze hike nog in je eentje kon lopen en een gids mee moest
nemen, is het nu een druk belopen trail geworden. Een paar honderd mensen zijn vandaag op pad, van wie verreweg de meesten jongeren.
Maar het landschap maakt veel goed. De bergen om ons heen schitteren in het zonlicht en lachen voortdurend naar ons. Groene hellingen met kale,
grijze toppen. In een bosachtig deel komen ons bepakte en bezakte paarden achterna, met de reistassen van toeristen.




En dan zijn we boven, om 11u. Het uitzicht is van een grote schoonheid. De grijze bergtoppen fonkelen. Wat zijn we hoog! En voor even begrijp ik
alles van de magie van de bergen. Wat bergbeklimmers drijft, waarom ze keer op keer de toppen van de wereld willen zien. Het is adembenemend.
We zijn echter niet alleen, tientallen andere lopers zijn er ook. Er is nog een extra stuk naar boven van zo'n twintig meter hoog en dat doen we
natuurlijk ook nog wel. De stemming is goed. Maar dit stuk is, ondanks zijn korte lengte, de overtreffende trap van 'gruelling', het is moordend.
Bijna loodrecht gaat het omhoog. En erger, ook weer naar beneden dus. En daar is het waar het mis gaat. Ik moet me schrap zetten om heelhuids
beneden te komen en er schiet iets fout in mijn rechterwreef. Au. We rusten even en eten iets. Een zwerfhond nestelt zich aan onze voeten.
Na twintig minuten besluiten we aan de lange afdaling te beginnen. Uit ervaring weten we dat afdalingen vaak veel zwaarder zijn dan stijgen. Zo
ook nu. Er staat drie uur voor (is wat weinig en zonder rusten), maar wij doen er zes uur over om beneden te komen. Al in het begin van de afdaling
gaan mijn tenen in de loopschoenen pijn doen en bij mijn vriendin spelen wat kniebandjes op. Het gaat echt steil naar beneden en geregeld moeten we
alle moeite doen om overeind te blijven. Ik zing 'No more speed, I am almost there, got to keep cool now, got to take care' van de Golden Earring.
Gelukkig heb ik gezelschap van mijn vrienden, de trekkingstokken. Dankbaar dat ik ze heb meegenomen. Ze zijn echt van nut.




Het gaat langzaam. Heel langzaam. Van alle kanten worden we gepasseerd en ingehaald door de veelal jonge toeristen. Elke taal heb ik zo'n beetje
voorbij horen komen. Ik probeer de pijn te verbijten, net als mijn vriendin. Af en toe passeren we een helder bergstroompje. Koel water, heerlijk.
Na een lange periode in het bos komen we in grasland en hebben we weer vrij zicht op de omgeving. Geregeld staan we stil om de pracht van de
Albanese Alpen in ons op te nemen. En dan zijn we weer in het bos. De paarden komen alweer omhoog, nu zonder bepakking. 'Ik denk aan de Britse
bergbeklimmer Joe Simpson die in Chili in zijn eentje met een gebroken been een besneeuwde berg afdaalde. Als iemand ooit iets wil lezen over
moed en doorzettingsvermogen, koop 'Over de rand' van Joe Simpson. Maar ik heb mijn eigen strijd te voeren. De pijn is hels, zowel in de wreef als
in de tenen. Maar ik móet naar beneden. Ik móet doorzetten. Ik denk ook aan mijn nichtje die vandaag een van de allerzwaarste
bergmarathons ter wereld loopt, de Jungfrau marathon in Zwitserland. Ik loop vandaag mijn eigen marathon. Ongeveer elke dertig meter staan
we stil, maar we vorderen. Uiteindelijk passeren we nog enkele uitspanningen en komen we op een verharde weg. We zien de huizen van Theth liggen
in het dal. Eindeloos blijft het naar beneden gaan en eindeloos zetten wij de ene pijnlijke stap na de andere. Mijn gedachten gaan uit naar het
koude BIER dat op mij wacht.
Af en toe passeert ons een auto, die ook naar het dorp rijdt. Half wanhopig willen we de chauffeur vragen ons mee te nemen en zo de laatste
meters op een comfortabele autostoel af te leggen, maar alle zitplaatsen zijn al bezet. En dat is eigenlijk maar goed ook, want voor het gevoel
achteraf en de herinnering is het natuurlijk het beste als we de hike volledig zelf afleggen. Dus strompelen we verder. Tegen half 6 bereiken
we het guesthouse.
Wij hebben het gehaald, mijn vriendin, het nichtje en ik.
We hiked the Valbonë-Theth trail.
Yes ma'm, we did.
De hike van Valbonë naar Theth of andersom is de populairste trail in de Albanese Alpen. De laatste jaren is de trail heel druk geworden,
net als de wandeling naar de Blue Eye, die je vanuit Theth kunt maken. De Valbonë-Theth-wandeling is te doen voor iedereen met een
goede conditie. In de winter is de trail gesloten in verband met sneeuwval.
Rrogam is altijd een zeer geïsoleerd dorp geweest, waar de bewoners zichzelf moesten zien te redden. Pas toen de hike Valbonë-Theth meer
bekendheid verwierf, probeerden deze en gene via kleinschalige horeca een graantje mee te pikken van het toerisme. Dat geldt trouwens in het bijzonder
voor Valbonë en Theth waar de laatste jaren de toename van het aantal guesthouses gelijke tred houdt met de bekendheid van het gebied.
Kerkje van Theth
vorige pagina
naar boven
terug naar intro