
De Vjosa-rivier kronkelt eindeloos door adembenemend landschap. Foto: Stella van Zanten©
Onze trip langs de SH75 en de Vjosa-rivier in het zuiden van Albanië is in een woord adembenemend. En zonder enige twjfel één
van de hoogtepunten van onze vierweekse camperreis door Albanië. Ik heb in mijn leven weinig wegen gezien die zo onophoudelijk natuurschoon
bieden.
Nadat we Gjirokaster achter ons hebben gelaten, rijden we noordwaarts, eerst nog een stuk over de SH4, maar vlak voor Tëpelenë begint de
SH75 en zien we voor het eerst de machtige Vjosa-rivier. Vele uren lang - inclusief stops - rijden we langs het blauwgroen gekleurde water in een
daverend landschap. Er is nauwelijks verkeer en we kunnen zonder problemen op ons akkertje rijden.
Bij Tëpelenë is iets landinwaarts het Ali Pasha-aquaduct te bekijken, maar dat laten we na de Ali Pasha-brug in Gjirokaster aan ons
voorbij gaan. De SH75 voert eigenlijk door het niets. Aan weerszijden is er groen, groen en groen met immer de Vjosa-rivier naast ons, die door het
landschap slingert. We passeren wat dorpjes, zoals Këlcyrë en Piskovë, maar dat is allemaal zeer kleinschalig. Meestentijds is er
louter natuur rondom ons. Af en toe zien we een eenzaam liggend huis of houten schuur met schapen ernaast. Het oogt zeer vredig en lieflijk. En het
is ongelooflijk mooi. Ik ben zeer onder de indruk van wat ik zie. We doorkruisen de streek Zagoria, waar je eindeloos kunt wandelen. Het grenst
aan de Griekse streek Zagoria waar wij in 2021 met een auto doorheen reden, maar dat had net zo goed met een
camper gekund.
Nog slechts enkele jaren geleden was de SH75 slechts bekend bij een handvol avonturiers, die met hun 4x4 over een 'unpaved road' reden, maar wel
de ongekende schoonheid van zuid-Albanië tot zich namen. Die tijden zijn voorbij, maar de schoonheid is gebleven. En de verrukking ook. Vooral
dat, vooral de verrukking.
Het is een trip langs vele hoogtepunten en verborgen parels, zoals spectaculaire uitzichtpunten, schaapskuddes, bergen, thermale baden, mannen
op ezels, verstilde dorpjes en de Vjosa-rivier, de laatste wilde rivier in Europa.




Na onze stop in Permet en het bezoek aan de thermale baden en de Langarica-canyon vervolgen we onze
camperreis langs de SH75 en de Vjosa-rivier. Her en der zien we borden met rafters erop. In dit deel van de rivier kan worden geraft.
Gelijk na Permet, richting de Griekse grens, wordt het landschap mooier en mooier. Stapvoets rijden we langs de rivier met aan de overkant
het Dhembel Nemercke-gebergte. Het is van een grootse en dramatische schoonheid, het is pure wildernis en ik moet echt naar adem happen. Ter
hoogte van de Vjosa-bocht stappen we uit en blijven we heel lang kijken. Onder ons de Vjosa met daarnaast landbouwgrond en iets daarachter het
dorpje Kanikol, lieflijk gelegen aan de voet van de enorme bergwanden. De rivier maakt hier een fikse bocht, het water is turqoise van kleur
en helder, in een bedding van keien en keitjes. Het is onwaarschijnlijk mooi en zeer beslist één van de mooiste landschappen die
ik ooit heb gezien.
Tot aan Carshovë slingeren we door de bergen, bocht na bocht na bocht. Daar laten we de SH75 links liggen en gaan rechtdoor de SH80 op, helemaal
naar de grens met Griekenland. Zuidelijker kan niet meer. En overal is het mooi. We stoppen heel vaak om een foto te maken. Onder meer van een
brug in verval, wat heet, de planken hangen los aan de kabels. Niet meer in gebruik dus. Wel leuk om even te kijken.



Daarna gaan we over op de SH65 en rijden we langs de grens met Griekenland tot aan het bord 'Llixha'.
"Blessed with the solitude of remoteness." Misschien wel de mooiste (Engelse) zin die ik ooit heb gelezen. Betekent zoveel als gezegend zijn met
het eenzame van het achteraf liggen. Op een uur rijden van Permet, zonder stops, liggen de natuurlijke thermale baden van Sarandaporo. Nog totaal
onbekend bij toeristen. Bij het bord verlaten we de weg en rijden we enkele kilometers over een smal geasfalteerd weggetje. Daarna begint de 'dirt
road'. Op dat punt parkeren wij de camper en lopen nog zo'n twee kilometer. We lopen alleen, door kalig landschap, met rechts van ons de
Sarandaporo-rivier en daarachter Griekenland. Het is doodstil en warm. Helemaal aan het eind, waar we bijna in Griekenland staan, stuiten we op
de grootste poel. Vlakbij zit een Albanees stel met een kind. Ze stoken een vuurtje en zwaaien heel vriendelijk naar ons.
Als je nog een kilometer doorloopt, kom je in de smalle canyon waar de rivier doorheen loopt. Daar bevinden zich een grote en enkele kleinere
thermale poeltjes, de meest aparte bevindt zich in een grot in de canyon.
Op de terugweg naar de auto passeren we een aantal kleine poeltjes, van net iets meer dan een meter doorsnee. Ze liggen daar heel
bescheiden, ver weg van de bewoonde wereld. Ze hebben nooit aandacht en roem gekend, hun hele bestaan speelt zich af in de vergetelheid. Maar dat
is precies hun charme. Ze ogen schattig, de kleintjes. Maar ik durf er niet in. Het water is absoluut niet helder, het ruikt heel sterk naar
zwavel en je weet nooit wat erin zit. Wel even voelen met de vingers. Het water is behoorlijk kouder dan in Bënjë. Maar wat een
paradijselijke plek. Hoe lang zal het nog zo blijven?






We rijden verder over de SH65 tot aan Leskovik, een klein dorp diep in het binnenland gelegen. We passeren Farma Sotira waar we zouden overnachten,
maar nu overslaan. Gemiste kans, zo lijkt het. Ziet er aantrekkelijk uit, in de bossen.
Na Korçë houdt de SH75 op, maar het blijft mooi. Minder ruig en lieflijker, veel schaapskuddes en kerkjes, overigens zonder een huis in
de buurt. We passeren een prachtig kapelletje en een kerkje in het niets, waar de herder zijn koeien van het gras laat grazen.
Na Korçë is het nog een uur noordwaarts over de E86 naar Lin, aan het meer van Ohrid. In het redelijk mondain ogende Pogradec (aan
de zuidkant van het meer) komen we langs een winkel vol met witte kazen. En langs de weg her en der stalletjes met uien en aardappelen.
Aan de overkant van het meer liggen de bergen van Noord-Macedonië. En dat zien we ook niet elke dag.




Lin - meer van Ohrid
vorige pagina
naar boven
terug naar intro