
De deels drooggevallen rivier de Kir kronkelt door het berglandschap in het noorden van Albanië. Foto: Stella van ZantenĀ©
Aan de voet van de Albanese Alpen, in het noorden van Albanië, liggen in de buurt van de plaats Shkoder
het dorp Mes en de Mesi-brug. Deze langste (108m) en best bewaarde stenen brug over de rivier de Kir
uit de 18e eeuw dateert uit de Ottomaanse tijd. Niet lang geleden is de brug met de bogen gerestaureerd zodat bezoekers er weer overheen
kunnen lopen. En dat hebben wij dus ook gedaan. De rivierbedding staat alleen in de winter vol water en dus is er onder en voor en na de brug
slechts een laag stenen zichtbaar. De meeste toeristen keren om na hun bezoek aan het oude bouwwerk, maar zo niet wij.
Want verder, langs het stroomdal van de Kir, bevindt zich een wereld van onwaarschijnlijke schoonheid. Aan weerszijden van de smalle weg liggen
volledig begroeide berghellingen met af en toe een huis en daartussen kruipt de Kir. Het stroompje graaft zich verder over een bedding van
keien en keitjes, geregeld onderbroken door ijskoude, maar o zo aantrekkelijke, heldere poeltjes. Langs de weg liggen dorpjes als Ura e Shtrejte.
Her en der huizen met Franse, halfronde dakpannen, die zorgen voor een onmiskenbare charme. Daartussen kleine hooimijten en overal groen,
afgewisseld door granaatappels en vijgen.
Langs de weg ligt vangrail, maar meestentijds gestapelde stenen muurtjes van zo'n 60cm hoog, soms een meter en soms nog hoger.
De berghellingen kijken toe hoe twee vrouwen uit Nederland zich in een poeltje laten zakken en zelfs erin zwemmen. Het koude water went snel,
heerlijk! We laven ons aan deze onvoorstelbare pracht, die we volledig voor onszelf hebben. Er is niemand.
Na een half uur bereiken we het gehucht Prekal met wat huizen en een kerk. Daar houdt de weg op. Voor sommigen is de kerk ook hun bestemming,
maar wij draaien om en rijden 25 schitterende kilometers terug naar het aardse bestaan.



