Enorme fjordenwanden aan weerszijden van het Lysefjord. Foto: Stella van ZantenĀ©
Vanaf de picknickplek in Oanes, waar we hebben overnacht, rijden we over de brug
naar Forsand. In de ochtend hangt er veel mist en vanaf het vertrekpunt van de ferry is de brug niet eens te zien. Maar in de loop van de ochtend
wordt het droog en er schijnt een flauw zonnetje, dus we boeken de boot die verschillende halteplaatsen langs het Lysefjord aan doet.
De ferry vaart om 6.10u en om 14u, behalve op zaterdag. We betalen 388 Noorse kronen (twee personen) en stappen aan boord.
De eerste twintig minuten staan we nog buiten. We glijden onder de brug
door en zien het fjord goed liggen. We verheugen ons erop de Preikestolen vanaf het water te zien, net als de vele watervallen die
van de rotsen klateren, het elektrastation Flørli met de 4444 traptreden die je kunt beklimmen, de Kjerag en kleine
nederzettingen. Maar het weer slaat opnieuw om en de regen komt met bakken uit de hemel. Het is ondoenlijk nog langer buitendeks te
blijven en we vluchten min of meer naar binnen. Vanaf dan moeten we het doen met 'uitzicht' door kletsnatte ramen. Als we de
Preikestolen passeren, wagen we ons nog even naar buiten, maar de bovenkant van de fjordenwanden hangt volledig in de wolken. We
zien niets van het platform, dat zo magnifiek naar voren steekt. Hoe dichter we het keerpunt Lysebotn naderen, hoe slechter het
weer wordt. De tocht van twee keer een uur speelt zich jammer genoeg voornamelijk binnen af.
Na afloop rijden we naar de jachthaven van Tau, met een kleine maar mooi gelegen camperplaats. De zon schijnt én het regent.
Het prachtige licht zet de hele haven in vuur en vlam. We kijken vol op de scherenkust
van het Hillefjord. Soms spat het schuim van de golven op onze voorruit. Onstuimig hier.
We rijden tot aan Sand de 13 in omgekeerde richting. Bij de ferry naar Nesvik moeten we een half uur wachten. Omdat de zon uitbundig
schijnt, verpozen we even in het zonnetje. We zien grote ijzeren 'vijvers' in het water, voor de viskweek. Overal waar we rijden en kijken
is het mooi. Wat een fantastisch landschap, en wat gaat er een rust vanuit.
Bij Sand buigen we af naar Ropeid om de rest van de Ryfylke (de 520) noordwaarts te vervolgen.
Iets ten zuiden
van Sauda passeren we de waterval Svandallsfossen. Er gaat een trap omhoog. Doe wel een regenjas aan, want de waterval dondert niet alleen
met veel lawaai naar beneden, maar verspreidt ook een hoop nevel. Het is het klimmetje waard.
Bij Sauda stuiten we op een bord dat de rest van de 520 is afgesloten in verband met de grote hoeveelheid sneeuwval. Een Noor vertelt dat de weg normaliter
17 mei open gaat. Het is vandaag 23 mei. We draaien om naar Ropeid en nemen de 46 naar Sandeid. Daar de 514 op naar Ølen en de E134 naar Etne. Tot
slot rijden we een smal geasfalteerd weggetje in naar Osnes en na circa twee km komen we bij een haventje waar we overnachten.
We nemen de E134 omhoog, bij Jøsendal rijden we de vertrouwde 13 op naar Odda, aan het uiterste puntje van het Sørfjord, een uitloper van het
Hardangerfjord. Onderweg passeren we de Latefossen waterval. De foto van de twee stromen achter de brug kennen we van promotiemateriaal over
Noorwegen. Ach, zó bijzonder vinden we het niet. De kiosk staat te ver richting waterval. Als je helemaal naar beneden loopt, is er wel goed
zicht, maar het is nat en glibberig. Snel naar 'onze' 13.
In Odda willen we naar de Folgefonna-gletsjer. Helaas komt ons ter ore dat de weg er naartoe is dichtgesneeuwd. Geen doorkomen aan. Daar zitten we dan, in een
dichtgesneeuwde omgeving en in een ietwat mistroostig Odda. We slapen op een verharde camperplaats zonder enige charme, maar wel met uitzicht op het fjord.
Hemsedal
vorige pagina
naar boven
terug naar intro