Dreigende hemel boven klassiek Fins huis tussen verkleurd herfstblad. Foto: Stella van Zanten©
'Reueum?' Terwijl de seconden voorbij tikken, blijft het dodelijk stil. De man aan de andere
kant van de balie kijkt ons afwachtend en uiterst vriendelijk aan. Pas als hij zijn vraag heeft herhaald, wordt het
langzaam duidelijk dat hij met zijn inspecteur-Clouseau-achtige uitspraak Engels heeft willen spreken en wil weten
of wij een hotelkamer wensen. We knikken opgelucht. Hij schrijft de prijs op een briefje.
Locatie: Inari. Gelegen aan het Inari-meer in het hoge noorden van Fins Lapland, 500km boven de Poolcirkel.
Het lijkt alsof er in geen tijden een toerist is geweest, en zeker geen Nederlander.
Een paar lokale bezoekers laten vanachter een kopje koffie hun ogen alle kanten opdraaien. Iets anders dan Fins wordt er niet gesproken.
De automobilist die Inari komt binnenrijden, ziet links een postkantoor en een benzinepomp. Daar tegenover ligt
het hotel, dat tevens dienst doet als restaurant, koffie- en souvenirshop. Hoewel, restaurant? De tl-lampen zorgen voor
een helle verlichting boven de formica-tafels, waarop de plastic bloemen elk jaargetijde overleven. Er wordt rendiervlees
geserveerd, waarvan wij na twee happen besluiten deze voor de Finnen te laten.
Het bljft een raadsel wat de (jeugdige) bewoners zoal doen in deze plaats zonder disco, friettent, gokhal en andere
tijdverdrijvers. Gevolgen van verveling zijn echter niet zichtbaar: geen vandalisme, geen graffiti.
Om in Inari te komen, zijn we helemaal naar het noorden van Finland gereden. Dwars door uitgestorven land. Na de bebouwde kom van Inari vervolgt
de weg zich naar het steeds kouder, stiller en grilliger wordende noorden, waar de leegte en de eenzaamheid ons verpletterend om de oren
slaan.
In Rovaniemi passeren we de poolcirkel. Bijzonder om zo noordelijk te geraken met onze eigen auto. Rovaniemi is ook bekend omdat de kerstman daar
woont. Elke passant mag even op bezoek bij Santa Claus in zijn hutje.
Na de poolcirkel verandert het Finse land vol bos en meren in moerasachtig gebied met berkenbossen, Ik zie voor het eerst rendierenkuddes die
vlak voor onze neus de weg oversteken. Nog noordelijker wordt alles kaal en steken we de grens over met Noorwegen. Van die grenspost moet u zich
overigens niet te veel voorstellen. Die bestaat uit een jeep met een douanier erin. Geen poort, geen hek,
geen slagboom, geen grenshuisje. Alleen een jeep. Evengoed moeten wij onze paspoorten laten zien. Het is duidelijk dat deze man nog nooit een
Nederlands paspoort heeft bekeken. Hij studeert er lang op, lacht wat en gebaart dat we verder mogen. Simpel, maar duidelijk, deze uit nood geboren
non-verbale communicatie.
De tocht omhoog voert naar 'het einde van de wereld'. De bomen vol in blad zijn allang vervangen door kale berkenstammen, steeds woester, steeds
misvormder. De hoeveelheid bos neemt beduidend af; de open plekken tonen een roodachtig, moerassig gebied. De weg verandert in een soort kiezelpad
met gaten. Dit is het domein van de rendieren, die zich in groten getale op en langs de weg bevinden.
Voor de automobilist is het rendier de vrijwel enige 'weggebruiker', waarmee rekening moet worden gehouden. Gezien hun wat plompe
uiterlijk bewegen ze zich verrassend gracieus. Dansend verdwijnen ze tussen de kale takken.
In het uiterste noorden lijkt het menselijk leven vrijwel uitgestorven. Dit is niemandsland. Land waar de natuur regeert en de elementen vrij spel
hebben. Hier heeft de mens niets te vertellen. Mens en auto worden tijdens dit uitstapje buiten Finland door de gierende poolwind steeds zwaarder
op de proef gesteld.
En dan, om een bocht, doemt ineens de Barentszzee op. De kale uitloper van het fjord is donker gekleurd, het water inktzwart. Het uitzicht is
indrukwekkend: zo moet de wereld er heel vroeger hebben uitgezien. We hebben ongeveer 1500km gereden om hier te komen, op deze wonderlijke en
desolate plek aan het einde van de wereld, zo lijkt het. Als kind voelde ik al aantrekkingskracht tot de Barentszzee, niet in het minst door de
belevenissen van de Nederlandse ontdekkingsreiziger Willem Barentsz. Hij overwinterde op Nova Zembla. Als ik naar het noordoosten kijk, kan ik
het met enige fantasie zien liggen.
De ijzige wind giert om ons hoofd.
terug naar intro