
Het rustige straatbeeld van Trinidad. Foto: Stella van Zanten©
Trinidad
De route naar Trinidad loopt dwars door het berggebied Sierra del Escambray. In de eerste versnelling neemt de chauffeur de weg omhoog.
Naar beneden gaat het iets harder en moet er flink worden afgeremd. Langs de weg liggen huisjes met bananenbomen ernaast. Soms zien we
een man op een paard. Of een paard aan een touw langs de kant van de weg, rustig grazend van het malse gras. In het parque Guanayara maken
we een wandeling en zwemmen we in een prachtig gelegen verkoelende poel. Aan het einde van de dag wacht de parel van het zuiden.
Trinidad beschikt over een onmiskenbare charme en is zonder twijfel na Havana de boeiendste stad van het eiland. En veruit de meest
pittoreske. Het centrum is een lange aaneenschakeling van huizen in alle pastelkleuren die er bestaan. Diverse panden hebben dakpannen in
de Zuidfranse stijl, wat de stad mede haar charme geeft. De straten zijn geplaveid met keien. Het centrum is autovrij en in plaats van
gemotoriseerd verkeer zien we aardig wat paarden, al dan niet met een kar erachter. Een opmerkelijk straatbeeld voor ons westerlingen.


Wandelend over de ongelijke bestrating valt ons vooral de rust op. Los van af en toe paardengetrappel horen we eigenlijk nauwelijks
geluid. Veel wandelaars en soms een fietser. De tijd lijkt stil te staan. Veel deuren zijn geopend en door eentje komen twee paarden naar buiten.
Alsof dat heel normaal is. We vangen geregeld een glimp op van koloniale binnenplaatsen. De ramen van de woningen grenzen direct aan straat.
Hier geen voortuintjes. Alle raamopeningen zijn zonder glas, maar wel allemaal met traliewerk ervoor en een luik erachter. Met een beetje moeite
krijg je zo een kijkje in het huiselijke leven van de Cubanen in Trinidad. Veel houten stoelen, een tafel en verder bijna niets. Soberheid. Ach,
het leven speelt zich ook voor een belangrijk deel op straat af. Veel Cubanen zitten op hun stoep voor het huis.
Achter gevels gaan bars, restaurants en musea schuil. Trinidad is leuk. Opvallend is de unanieme laagbouw, met uitzondering van enkele
torens en kerken. Na een dag rondlopen begrijp je waarom dit openluchtmuseum met zijn karakteristieke straten, gebouwen en pleintjes tot het
werelderfgoed van Unesco behoort.


We slapen twee nachten bij een particulier, de casa particulare. Als we een keer heen en weer moeten om wat op te halen uit de kamer nemen we
terug naar het centrum een fietstaxi. We zitten op de houten achterbank en stuiteren over de hobbels en keien naar het centrale plein, het
Plaza Mayor. Het laatste deel moet de 'chauffeur' flink trappen, want de straat loopt omhoog. Doet me in de verte denken aan de kasseien van de
wielrenwedstrijd Luik-Bastenaken-Luik, maar dan anders. Voor drie cuc brengt de taxi ons naar het centrum. Wel zo makkelijk. Naast het plein
liggen enkele prachtige panden, de bekendste is de gele klokkentoren van San Francisco de Asís, die bijna overal bovenuit torent.
Tussen de middag lunchen we heerlijk in een sfeervolle horeca-gelegenheid naast de trappen. Ver in de avond lopen we diezelfde trappen op, langs
de kerk Iglesia de la Santísima Trinidad, helemaal tot boven. Op een plein treden elke avond salsabands op. Zowel inwoners van Trinidad en
daarbuiten als toeristen vertonen hun danskunsten op de klanken van de salsa. Als we naar de locals kijken, begrijpen we waarom bij hun de salsa
door de aderen stroomt.
Comandancia de la Plata
vorige pagina
naar boven
terug naar intro