
Vader en dochter nemen een kijkje bij de ezel. Foto: Stella van ZantenĀ©
Pinar del Rio
Twee ossen trekken een lage kar met een enorme stapel tabaksbladeren erop. De boeren hebben deze zojuist van het land gehaald en
vervoeren ze nu naar de grote houten schuur, waar ze te drogen worden gehangen. Drie mannen lopen om de beurt naar de kar, leggen
hun armen vol met bladeren en brengen de stapel naar binnen. Daar rijgen vrouwen de bladeren twee aan twee aan lange stokken, die
horizontaal hangen, vele verdiepingen hoog. De schuur herbergt honderden stokken. En elke laag tabak heeft een andere kleur. Het gaat
van frisgroen (nieuw) naar goudbruin (oud). We kunnen alles goed zien, want door de kieren tussen de planken van de schuur komt
voldoende daglicht naar binnen.


Het is zwaar werk voor de boeren in Pinar del Rio, het belangrijkste gebied voor de tabaksteelt in Cuba. Alles gebeurt (nog) met
de hand. In verschillende fases worden de bladeren van een plant met de hand geplukt. De oogst moet worden verkocht aan de staat.
Ongeveer een tiende deel mag worden achtergehouden voor eigen gebruik en/of verkoop.
De boeren en hun gezinnen wonen met z'n allen bij elkaar op hetzelfde terrein. Vijf eenvoudige huisjes vormen hun onderkomen.
De houten schommelstoelen staan op de veranda. Een varkentje scharrelt in de aarde, vlakbij de keuken. Een paar meter verder ligt een kleine
moestuin. Het volledige leven van de mannen en hun gezinnen speelt zich hier af: wonen, werken, vrije tijd, kinderen verzorgen, etc. De was
wappert zorgeloos aan een lijn in de wind. Aan een paal staat een paard gebonden. Dat zie je wel vaker in dit land. Zo kunnen ze lekker grazen
en toch niet weglopen. Het is een leven in een eigen wereld, een beetje los van Cuba. Het is er ook zo stil, ver weg van het lawaai, de muziek.
Hier horen we de wind, het geluid van de dieren, ritselende tabaksbladeren, kakelende kippen en de wapperende was.
In de helse zon lopen we door de prachtige Vinales vallei. De kenmerkende kalksteenrotsen (mogotes) steken her en der zomaar als een grote pukkel
uit de aarde. Vlak daartegenaan ligt een wit/blauw of wit/roze geschilderd huisje. Alles ziet er zeer vredig uit. Op het erf van verharde aarde
ligt een varken te slapen, net als de huiskat en staat het paard te soezelen in de schaduw van de bananenbomen. Dwars door de vallei loopt een
zandpad van rode aarde. Diverse keren komen we ossenkarren tegen met wisselende oogst. Ook tabak uiteraard, want hele stukken van de vallei zijn
groen gekleurd door de tabaksplanten.
Pinar del Rio maakt een idyllische indruk. Het is een plek waar ik best wat langer zou kunnen vertoeven, bijvoorbeeld in een schommelstoel
op een veranda, met zicht op wuivende tabaksplanten en verder niets.
Tot slot kunnen we een klein sigarenfabriekje bezoeken. Van heel dichtbij zien we hoe de bladeren worden omgetoverd tot een sigaar. Puur handwerk.
Achter een soort houten bureau zitten de 'torcedors', de sigarenrollers op een rij. Er liggen stapels tabaksbladeren. Behendig en behoedzaam pakken
de vingers een blad, leggen er een blad op en nog eentje en misschien nog wel meer. Ze draaien en rollen net zolang totdat er een sigaar ontstaat.
Voor onze ogen krijgen de wereldberoemde Cubaanse sigaren vorm.
Ze zijn er in alle soorten en afmetingen. Tientallen verschillende zijn het er en ook allemaal in een andere prijsklasse. Jaarlijks
worden er 180 miljoen sigaren gemaakt in Cuba. Foto's maken is niet toegestaan. Het communisme heeft zo zijn eigen regels en denkbeelden.
Tussen de bureaus door loopt een mevrouw van de controle. Zij neemt de net gerolde sigaar in haar hand, bekijkt hem van top tot teen met haar
kennersblik en geeft al dan niet haar goedkeuring. Zo niet, dan wordt de sigaar ontmanteld en kan de sigarenmaker zijn of haar werk opnieuw doen.
Het is pas goed als het goed is. Zo gaat dat in Cuba. Export vraagt nu eenmaal om kwaliteit. Als de sigaar is gerold en goedgekeurd,
wordt hij in een mal gelegd. Als deze volledig is gevuld, wordt er een tweede mal op gelegd en gaat alles onder de pers.
Per dag rolt een torcedor ongeveer 120 sigaren. Om het wat eentonige werk op te vrolijken, wordt er af en toe voorgelezen, uit de krant of uit een
boek. Ook praten is toegestaan. Maar het blijft opletten, want het rollen vergt wel wat concentratie. En ook eergevoel speelt mee, want alleen de
beste rollers mogen de moeilijkste 'habanos' maken, de beste Cubaanse sigaar.
Trinidad
vorige pagina
naar boven
terug naar intro