Afrika

"Africa gave me an incredible gift.
A glimpse of the world through God’s eye.
And I thought:
‘Yes, I see. This is the way it was intended'."

Karen Blixen


Afrika, zinderend continent. Land van het licht, van majestueuze landschappen, van de stilte en ook van de verlatenheid. Van kleurrijke dorpen en steden, oneindige luchten, streetlife en natuurlijk van de bush, met de wilde dieren.
Het is de plek waar ik thuis ben.
Mijn ouders moeten al heel snel hebben geweten waar mijn hart zou komen te liggen, want als kind had ik al een puzzeltje van een wildpark in Afrika. Desondanks raakte ik pas echt enthousiast in 1985 tijdens de eerste seconden van de film 'Out of Africa'. Ik was direct verloren. De beelden, de geluiden raakten me ergens van binnen. A life changing experience. Vanaf dat moment had ik een enorme behoefte daar te zijn. En dat is altijd zo gebleven. Ook na vele reizen naar dit machtige werelddeel. Of misschien juist wel daardoor.
Niets kan je voorbereiden op de magie van Afrika. Mijn eerste kennismaking was in 1993 toen ik in een open truck wekenlang door Kenya en het noorden van Tanzania trok. Het was een overweldigende ervaring en het begin van een eeuwig durende, brandende verliefdheid.
Hoewel ik voorafgaand aan mijn eerste reis niets van Afrika wist, was alles zoals ik het me had voorgesteld. En meer. Veel meer. Zonder het te weten was het een wereld waarnaar ik altijd had verlangd. Ik had nog nooit een oryx gezien of een olifant, in het wild. Zes ton grijs dat zich redelijk geruisloos een weg baant door de doornige struiken en bomen. Flapperende oren, een slurf als werktuig en kleintjes die angstig tussen de enorme poten van hun moeder lopen. Een giraffe, rennend in slow motion, de hoge 'benen' gracieus voortbewegend. Voor altijd op mijn netvlies. Of de dansende Samburu-vrouwen wier kettingen van felgekleurde kralen meedeinen op de beweging, de trotse en ranke Masai die in hun rode gewaden vanuit stand hoog in de lucht springen, begeleid door de opzwepende zang en kreten van de vrouwen. En in het donker de geluiden van de bush, de wildernis.
Tijdens al die reizen is de verrukking gebleven. De verliefdheid ook. En het verlangen ook. Ja vooral dat, vooral het verlangen. Altijd en overal dat verlangen.
Of zoals de Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway het verwoordde in zijn boek 'Green Hills of Africa': "All I wanted to do was get back to Africa. We had not left it, yet, but when I would wake in the night I would lie, listening, homesick for it already."
De enige plek op aarde waarnaar ik al heimwee kan voelen terwijl ik er nog ben.
Rijden over de vlaktes van Afrika is nergens mee te vergelijken. Een confrontatie met rauwe en ongetemde natuur. Een passerende leeuw die voor even uit zijn ooghoek naar mij gluurt, het getrompetter van een olifant, een baby luipaard die uit het struikgewas komt gerend, een naar een prooi loerende cheetah, want cheetahs kunnen zo machtig turen. Of het immense hoefgetrappel in een spoor van stof van voorbij razende kuddes gnoes en zebra's, die balkend op weg zijn naar het beloofde land: het groene gras. De emotie die dan door mijn lijf raast, is nauwelijks uit te leggen aan iemand die dat zelf nooit heeft meegemaakt.
Tijdens een game-drive hangt er voortdurend een spanning over een (onverwachte) ontmoeting met wilde dieren. "Could you please stop? I think I saw something there, just a few meters back."
Kamperen in de wildernis voelt als een verdwenen vrijheid. Als ik mijn tent verlaat, in de vroege ochtendkou, na een nacht met de roep van een hyena of het aanhoudende gebrul van een leeuw door het canvas, heb ik zicht op een ongerepte wereld. Ik luister naar de vogels die uit volle borst zingen tijdens mijn koffie en zie de opkomende zon achter de grassen en de acacia's. De gloed van de zon brengt nieuw leven. Mijn adem stokt bijna in mijn keel, het is het mooiste wat ik kan meemaken en ik probeer zo stil mogelijk te zijn om de geluiden van de vlakte tot mij te laten doordringen. Het eerste ochtendlicht valt op een moeder leeuw met haar welpen die gaan drinken in de rivier. Het leven is zoals het moet zijn, puur en ontdaan van alle trivia. Ik ben er onderdeel van een oude wereld, zonder begin en zonder eind. Het leven op de vlakte gaat immer voort, van zonsopkomst tot zonsondergang, tot zonsopkomst. En daar tussenin grazen de kuddes, jaagt de cheetah op een gazelle en brengen de regens nieuw leven.
Ik heb de opspattende neveldruppels van de Victoria-watervallen (Zimbabwe) op mijn gezicht gevoeld, ik zag enorme kuddes olifanten in de prachtige Taita Hills (Kenya), bovenop de vulkaan Magahinga keek ik uit over zowel Oeganda als Oost-Congo en in de verte de Virunga mountains van Rwanda, tijdens een avond-game-drive in South Luangwa (Zambia) volgde ik in een jeep twee luipaarden, in de Namib-woestijn (Namibië) liep ik temidden van rotsen en rood zand, boven de Makgadikgadi pans in Botswana 'hing' de meest indrukwekkende sterrenhemel ooit, ik ontmoette inheemse volkeren, in Tanzania bezocht ik doodstille wildparken en in Rwanda stond ik na een uitputtende jungle-tocht op drie, vier meter van de bedreigde berggorilla's.
Het verveelt nooit, het wordt nooit gewoon en nee, het is nooit genoeg.
Helaas wordt deze schatkamer van alle kanten bedreigd, door oorlog, jacht, roofbouw, overbevolking en niet in het minst stroperij. Over tientallen jaren - of eerder - zullen dieren die nu als 'vanzelfsprekend' de ongerepte parken bevolken, zijn verdwenen. Daarom ga ik keer op keer. Om te kijken.
Zolang het nog kan.