
Aan de kant van Vikos is er schitterend zicht op de Vikos-kloof. Foto: Stella van ZantenĀ©
Uitdagende wandeling door de Vikos-kloof
Via het plein in Monodendri lopen we om half tien in de ochtend naar de Vikos-kloof. Dit natuurwonder in het Pindos-gebergte is
één van de hoogtepunten van Noord-Griekenland en voor de wandelaar een 'must-see' of beter gezegd, een 'must-do'. Door
een bepaalde manier van rekenen is de kloof volgens het Guinnes Book of Records de diepste ter wereld.
Voor de 20km lange, uitdagende wandeling van Monodendri naar Vikos staat zo'n zes à zeven uur, maar wij doen er uiteindelijk bijna acht
uur over, inclusief rusten. Het is een pittige wandeling met hoogteverschil, maar goed te doen voor iedereen met een behoorlijke conditie. Op
voorhand was ik beducht voor de afgronden langs het pad - ik heb extreem last van hoogtevrees - maar dat was niet nodig. Door de aanwezigheid van
veel struikgewas langs het pad kon ik niet in de diepte kijken en voelde ik me veilig. Ik had de hele hike geen enkele last van hoogtevrees.
Het begin van het oude ezelspad gaat gelijk goed naar beneden. We dalen fiks over ongelijk liggende stenen. Het is een aanslag op de knieën,
we zijn blij dat we dit stuk niet ook omhoog moeten. Als onze benen aangeven dat we wel ver genoeg zijn gedaald, komen we aan bij de (droge)
rivierbedding van de Voidomatis, vol met heel grote keien. Hier gaat iets mis. We zoeken het pad naar Vikos. Tevergeefs. We begrijpen er niets
van. Aan de overkant van de rivier zien we een pad. Daar gaan we naartoe. Maar het voelt niet goed. We hebben de tegenwoordigheid van geest
Google Maps aan te zetten en die geeft aan dat we de verkeerde kant oplopen. We keren terug. Maar waarheen. Ik google op 'Vikos-kloof' en zo
komen we erachter dat we de rivier nooit hadden mogen oversteken. Op het moment dat we terugwillen in de richting van Monodendri
horen we toevallig stemmen. We gaan de keien weer over, lopen iets omhoog en dan zien we het pad dat we hebben gemist. Er staan twee Poolse
mannen. We vragen of ze naar Vikos gaan. "Yes." Opgelucht lopen we achter hen aan, maar zij verdwijnen al snel uit het zicht.
Vanaf daar gaat het pad langere tijd omhoog. We lopen door het bos en zien af en toe door open plekken de rivierbedding steeds dieper
beneden ons. Voordat we halverwege zijn, hebben we tweemaal een fikse afdaling. Bij de laatste is er losliggend steenslag, waarop
je zo wegroetsjt. Echt tricky. En dan lopen we lang over een horizontaal pad van aangestampte aarde. Hier herstelt ons lichaam
enigszins van de inspanningen. De wanden van de canyon rijzen hoog boven ons uit; ze liggen in de zon. Prachtig. Op de meeste stukken
zien we de canyonwanden aan de overkant op een behoorlijke afstand, maar een enkele keer is de kloof slechts enkele meters breed. Op
één stuk is er eigenlijk geen sprake meer van een pad, we klampen ons vast aan touwen die aan de rots zijn bevestigd, en hijsen
onszelf min of meer omhoog en vooruit. Oppassen, want hier glijd je zo de diepte in.




Dan lopen we door bos en dan door meer open stukken met veel beplanting en grasweides met bloemen. We zijn in het hart van het Vikos
Aoós national park. Het pad loopt niet altijd makkelijk: hele delen zijn bedekt met keien en dat is niet prettig onder de voetzolen.
Door de vermoeidheid glijdt af en toe mijn voet weg of blijf ik haken achter een blootliggende boomwortel, maar het uitzicht is op veel plekken
spectaculair.
De hele wandeling door is het heel stil. Af en toe horen we het getsjilp van vogels en twee keer klinkt de roep van de buizerd. Verder niets. Ook
geen wind. Alleen stilte en het geknisper van onze schoenen op het pad. Tijdens een rustpauze worden we opgeschrikt door hevig gescharrel in
gebladerte, enkele meters boven ons op de helling. Aangezien hier beren voorkomen, besluiten we snel door te lopen. Mijn hart klopt toch wel
een beetje in mijn keel. Ik ben me er ineens van bewust dat we kwetsbaar zijn in de kloof. Wie komt ons redden als er wat gebeurt? Los van de
twee Polen hebben we geen ander levend wezen gezien, we lopen uur na uur alleen in de kloof. We hebben alle tijd veelvuldig naar de
canyonwanden te kijken, die naarmate de dag vordert van kleur veranderen. Heel mooi. Niemand die ons uitzicht blokkeert en niemand die de
rust verstoort. Veel tijd voor overpeinzingen en mijmeringen. Ik denk aan mijn een jaar geleden overleden zus. En als ik op het pad een
geel blad in de vorm van een hart zie, weet ik dat ik niet alleen ben. Zij loopt met me mee.
Een uur voordat we aan het einde van de hike zijn, begint de slotklim. Er staat veertig minuten voor, maar wij doen er dus iets langer over.
Het begint makkelijk, maar al vrij snel komen de eerste 'traptreden'. Het pad slingert omhoog, met vele bochten en vol met traptreden. Heel
vermoeiend. Mijn benen schreeuwen dat ze niet verder willen, maar ja. Het is heel zwaar. Vlak onder de top passeren we een zijpad naar zeer
koude poeltjes waar de wandelaar even kan afkoelen. Maar hoe graag we dat ook zouden willen, we hebben geen energie meer om de afslag te nemen.
Als we onszelf eindelijk naar de top hebben gesleept, zien we daar een herdenkingskastje van steen. We draaien ons om en hebben prachtig
uitzicht over de kloof. We kunnen eindeloos ver kijken en krijgen een beetje duidelijk wat we hebben gelopen. Mijn vriendin en ik geven
elkaar een high-five. Wat een prachtige wandeling.




We drinken iets op het leuke terras van restaurant H Tsoumanis in Vikos vlak bij het einde van de hike. Daarnaast liggen een kerk
en een camperplaats (inmiddels gesloten). Samen met een
ander stel bestellen we een taxi die ons in totaal voor veertig euro in ruim een half uur terugbrengt naar Monodendri. Het is een schitterende
rit door het Pindos-gebergte en voor de zoveelste keer vergapen we ons aan de schoonheid van de streek Zagoria. Onderweg zien we de
haarspeldbochten van Papingo. Ze schitteren in het laatste zonlicht. Niet voor niets een veel gefotografeerde plek.
De volgende dag blijkt dat de twee Polen hebben overnacht bij de poeltjes en die dag net als wij naar de Meteora-kloosters willen.
Maar er gaat slechts enkele keren per week een bus en niet vandaag. En zo belanden twee grote mannen met hun grote rugzakken bij ons in
de redelijk compacte huurauto en maken we met z'n vieren een onvergetelijke dagtrip. Als dank betalen ze onderweg de lunch. Reizen zit
immer vol verrassingen, zo blijkt ook nu maar weer.
Meteora-kloosters
vorige pagina
naar boven
terug naar intro