houten huis in Finland

Finland 1992

'Reueum?' Terwijl de seconden voorbij tikken, blijft het dodelijk stil. De man aan de andere kant van de balie kijkt ons afwachtend en uiterst vriendelijk aan. Pas als hij zijn vraag heeft herhaald, wordt het langzaam duidelijk dat hij met zijn inspecteur-Clouseau-achtige uitspraak Engels heeft willen spreken en wil weten of wij een hotelkamer wensen. We knikken opgelucht. Hij schrijft de prijs op een briefje.

hotel inari

Locatie: Inari. Gelegen aan het Inari-meer in het hoge noorden van Fins Lapland, 500km boven de Poolcirkel. Het lijkt alsof er in geen tijden een toerist is geweest, en zeker geen Nederlander.
Een paar lokale bezoekers laten vanachter een kopje koffie hun ogen alle kanten opdraaien. Iets anders dan Fins wordt er niet gesproken.
De automobilist die Inari komt binnenrijden, ziet links een postkantoor en een benzinepomp. Daar tegenover ligt het hotel, dat tevens dienst doet als restaurant, koffie- en souvenirshop. Hoewel, restaurant? De tl-lampen zorgen voor een helle verlichting boven de formica-tafels, waarop de plastic bloemen elk jaargetijde overleven. Er wordt rendiervlees geserveerd, waarvan wij na twee happen besluiten deze voor de Finnen te laten.
Het bljft een raadsel wat de (jeugdige) bewoners zoal doen in deze plaats zonder disco, friettent, gokhal en andere tijdverdrijvers. Gevolgen van verveling zijn echter niet zichtbaar: geen vandalisme, geen graffiti.

moeras

Na ongeveer 30m houdt de bebouwde kom op en vervolgt de weg zich naar het steeds kouder, stiller en grilliger wordende noorden, waar de leegte en de eenzaamheid ons verpletterend om de oren slaan. De tocht omhoog voert naar 'het einde van de wereld'. De bomen vol in blad zijn allang vervangen door kale berkenstammen, steeds woester, steeds misvormder. De hoeveelheid bos neemt beduidend af; de open plekken tonen een roodachtig, moerassig gebied. De weg verandert in een soort kiezelpad met gaten. Dit is het domein van de rendieren, die zich in groten getale op en langs de weg bevinden. Voor de automobilist is het rendier de vrijwel enige 'weggebruiker', waarmee rekening moet worden gehouden. Gezien hun wat plompe uiterlijk, bewegen ze zich verrassend gracieus. Dansend verdwijnen ze tussen de kale takken.

barentszzee

In het uiterste noorden lijkt het menselijk leven vrijwel uitgestorven. Dit is niemandsland. Land waar de natuur regeert en de elemnten vrij spel hebben. Hier heeft de mens niets te vertellen. Vanaf de grens met Noorwegen (een douanier in een Jeep-achtige auto duidt op de grens) is het nog ruim honderd km naar de Barentsz Zee. Mens en auto worden tijdens dit uitstapje buiten Finland door de gierende poolwind steeds zwaarder op de proef gesteld. En dan, om een bocht, doemt ineens de Barentsz Zee op. De kale uitloper van het fjord is donker gekleurd, het water inktzwart. Het uitzicht is indrukwekkend: zo moet de wereld er heel vroeger hebben uitgezien.

weg

Voor rustzoekers is Finland de ideale bestemming. Nederlanders moeten zich voorbereiden op een totale metamorfose: dit land lijkt in niets op thuis. Tussen hoofdstad Helsinki en het noorden is het land bedekt met bomen, bomen en bomen. De eindeloze wouden, die in september de prachtigste tinten rood, geel en oranje kleuren, worden alleen maar doorkliefd door een aantal wegen, waarop doorgaans geen sterveling is te zien. Het weinige verkeer dét er rijdt, houdt zich strikt aan de verkeersregels. In drieduizend Finse kilometers is er niemand die toetert, scheldt of een vinger opsteekt. Het is bijna ongelooflijk.
Op enkele uitzonderingen na bestaan de bewoonde gebieden in Finland uit een hoofdstraat en een zijstraat. Grote delen van het land kennen een bevolkingsdichtheid van minder dan één persoon per vierkante km. Het landschap wordt dan ook gekenmerkt door zonderlingen: mensen die samen met één of twee buren in de bossen leven. Hun aanwezigheid blijkt alleen uit de postbussen langs de kant van de weg. Net als voor de goed berijdbare wegen is er voor de huizen gewoon een stuk bos omgezaagd.

eiland

Ten zuiden van de Poolcirkel ligt het gebied van de duizend meren, waterplassen met eilandjes in alle afmetingen. Op sommige staan huisjes, soms een aantal, soms maar eentje. Geweldig voor de rustzoeker en liefhebber van eenvoud. De huizen zijn per klaar liggende roeiboot (met daarin de huissleutel) te bereiken, de auto blijft achter. Zorg ervoor dat de roeiboot niet losslaat van het eiland(je), want dan moet de huurder het koude water (9 graden Celsius) in om de boot te halen. En dat is echt niet aan te bevelen. Als het goed is, heeft de eigenaar een schuur volgeladen met gekloofd hout. Klaar voor de stook. Niet alleen voor de gezelligheid, maar bittere noodzaak: hout is de enige verwarmingsbron. Het voeren van de houtvreters, zoals de open haard, fornuis, houtkachel en sauna kost meer tijd dan verwacht. Eenvoudig wonen en leven is hard werken. De vuren dienen voortdurend te worden bijgehouden. Voor een saunagang moet minstens twee uur van te voren worden begonnen met het aanmaken van de kachel. Voor afkoeling spring je gewoon in het meer. Niemand die je ziet. Als de avond valt, gaan de kaarsen aan; de elektra functioneert niet altijd even goed.
Het uitzicht vanaf de steiger is alle dagen gelijk: water, bomen en schitterende weidse luchten. In de ochtend hangt de nevel boven het wateroppervlak en zorgt voor een mystieke sfeer. Tijdens een roeitocht over het meer zijn de wilde ganzen het enige gezelschap.
Hun lokroep maakt een hels kabaal in de stilte.

naar boven

terug naar Auto

Deze reis is gemaakt tijdens de laatste twee weken van september en de eerste week
van oktober 1992.

Dit verhaal is eerder gepubliceerd in de zaterdagbijlage
van het Haarlems Dagblad, in maart 1994.