comandancia de la plata

Comandancia de la Plata


De tocht naar Comandancia de la Plata (het voormalige hoofdkwartier van Fidel Castro), diep in de bergen van de uitgestrekte Sierra Maestra, is misschien wel het hoogtepunt van de reis. Letterlijk. Nou, dat is zeker. De top van de Alto del Naranjo bedraagt 950m en dat is een uitzondering in het vlakke Cuba. We zijn in het parque nacional Turquino, aan de zuidoostkant van het eiland.
Voordat Castro hier zijn bivak opslaat, heeft hij al een hele weg afgelegd in de strijd tegen de terreur. Op 26 juli 1953 valt hij de Moncada-kazerne in Santiago de Cuba aan om dictator Batista te treffen. De aanval mislukt echter waarop Fidel wordt opgepakt. Na zijn vrijlating vertrekt hij naar Mexico om een guerrilla voor te bereiden. Daar ontmoet hij Che Guevara, een Argentijnse arts. Guevara sluit zich aan bij de groep van Castro. In 1956 maken ze met het schip de Granma de oversteek naar Cuba. Het leger wacht hen op. Castro en Guevara weten te ontkomen en vluchten naar de Sierra Maestra. Ze nemen hun intrek in de hutten, die onzichtbaar zijn vanuit de lucht. De Cubaanse boeren steunen de revolutionairen en sluiten zich aan bij de beweging van de 26ste juli. Vanaf de Comandancia de la Plata wordt de revolutie tegen Batista gesmeed. Middels illegale radio-uitzendingen en een krant proberen ze het Cubaanse volk aan hun kant te krijgen.
Het is een hele toer om bij de Comandancia te komen. De dag ervoor hebben we al een flink stuk met de bus door de bergen gereden. Totaal ander landschap dan in de rest van Cuba. Alles is mooi groen en dicht bebost. Langs de weg liggen af en toe wat eenzame huisjes, soms een aantal bij elkaar. De weg kronkelt, daalt en stijgt. Het valt niet mee hier te leven zonder gemotoriseerd vervoer. In de ochtend worden we gedurende een klein uur nog verder de immer opdoemende bergen ingereden. Als de bus de hellingen niet meer aankan, stappen we over in een personenauto, die ons een kwartier lang in de eerste versnelling een helling oprijdt met een stijgingspercentage van veertig procent. Het laatste stuk moeten we lopen. Er is een smal pad dat we volgen. In stilte lopen we in minder dan twee uur door het bos naar de Comandancia. Voor even zijn we verlost van de overal en immer schallende muziek. Het knisperen van dood blad onder ons gewicht is het enige geluid. Samen met de vogels en de wind natuurlijk. Soms hebben we zicht op de bergen. Het pad gaat aardig omhoog en omlaag met ineens een pittig stuk ertussen. Maar voor een ieder met een normale conditie goed te doen. We houden onze ogen constant gericht op de grond, want het pad ligt vol met (losse) stenen en boomwortels. Wij hebben geluk dat het droog is (geweest), anders ziet dit pad er heel anders uit en is de 3km lange tocht naar boven een stuk zwaarder.
Halverwege de klim bereiken we Casa Medina, een kleine nederzetting. De voormalige bewoner bood eind jaren vijftig hulp aan de rebellen, onder meer met voedsel en hij fungeerde als een link naar de buitenwereld. Daarna zien we een later aangelegd helikopterveld, met daarnaast een museum vol met zwart-wit foto's uit de strijd. Ook komen we langs een hut waar in die tijd de revolutionaire krant Granma werd gemaakt.
Maar de topattractie is natuurlijk de hut waar Fidel verbleef tijdens zijn dagen ter voorbereiding op de revolutie. De koelkast (op kerosine) die werd gebruikt voor voedsel en medicijnen staat er nog, net als het tweepersoonsbed. Het belangrijkste wat we zien is het luik naast de koelkast. Dat was dé ontsnappingsroute voor Fidel in geval van nood. Om de hut heen liggen tal van paden die eveneens als vluchtroute konden worden gebruikt. Grappig idee dat we ín de geschiedenis van Cuba staan. Op deze plek, de geboorteplaats van de revolutie, werd de basis gelegd voor het huidige Cuba. Het is dan ook niet voor niets dat het tot nationaal monument is verklaard.
Naast Fidels hut staat de houten hut waar ooit de keuken was. De gids vertelt dat er 's nachts werd gekookt, zodat de rookpluimen niet overdag Fidels schuilplaats zouden verraden aan de overvliegende regeringsvliegtuigen. Nog hoger gelegen zijn de gebouwtjes van Radio Rebelde, van waaruit boodschappen worden verzonden aan het Cubaanse volk.
Ik probeer me enigszins voor te stellen hoe het hier twee jaar lang geweest moet zijn. Het leven in de uiterst sobere hutten, de constante angst ontdekt te worden, de dreiging van het regeringsleger van Batista, de regen, weinig voedsel en voorzieningen en het afgezonderde bestaan. Als we het pad weer zijn teruggelopen, met de auto van een soort zwarte piste naar beneden zijn 'gesjeest' en het hele stuk in de bus verder naar beneden zijn gegaan, besef ik pas goed wat een onherbergzame en afgelegen plek de Comandancia is.
Op het einde van onze reis bekijken we in Santa Clara het monument 'Tren Blindado' ter herdenking aan een aanval op een legertrein vol soldaten en wapens. De trein is op weg naar het oosten van Cuba om de opmars van de rebellen te stoppen. Op 28 december 1958 vernietigen Che Guevara en zijn mannen de spoorrails zodat de trein tot stilstand komt. Het monument bestaat uit enkele goederenwagons en een bulldozer.
Ook bezoeken we het mausoleum waar de resten van Guevara en diverse medestrijders liggen. In het belendende museum zijn veel zwart-wit foto's te zien van Castro en Guevara. Buiten staat een enorm standbeeld van Che.
Twee dagen na de aanval op de trein zijn alle gevechten voorbij. In de nieuwjaarsnacht van 1 januari 1959 slaat Batista op de vlucht. In de loop van de dag tekent het leger van Batista de capitulatie in Santa Clara. De Cubaanse Revolutie is ten einde. Castro neemt de macht over. Op 2 januari trekt hij Santiago de Cuba binnen en arriveert hij na een vijf dagen durende triomftocht in Havana.
Bij veel burgers wordt hij nog altijd gezien als de man die het Cubaanse volk bevrijdde. En ook Che Guevara heeft nog altijd de status van held.

Granma

naar boven

terug naar intro


terug naar Auto