koffiedrinken bij de zee


Balkan



De oppassers zijn gearriveerd, de honden geknuffeld. Het is zaterdagochtend als we onze camper willen starten om naar de eerste overnachtingsplek te rijden. We horen een geluid dat niet bemoedigend klinkt. Het lijkt alsof de accu leeg is. De Wegenwacht meldt een defect aan de startmotor. Terwijl deze er pas sinds medio juni in zit, nadat we op de terugweg van onze Noorwegen-reis ook al motorpech krijgen. Aangezien de garage maandagochtend weer open gaat, zit er niets anders op dan twee dagen op ons garagepad door te brengen. Wat een feest.

regen op de snelweg lieflijk huisje

Uiteindelijk blijkt de startmotor niet kapot, maar 'gewoon' los te hangen onder het motorblok. We nemen opnieuw afscheid van alles en iedereen en gaan op weg. Door onze vertraging zitten we precies in een slecht-weer-front dat helemaal tot aan Kroatië met ons meereist. Op de snelweg in Duitsland is het zo bar en boos dat het asfalt bedekt is met water en we heel langzaam vorderen. We rijden via Regensburg naar Graz in Oostenrijk, onderweg heel veel tunnels. Op zich trouwens een rustige route. Onze slaapplaats is 'Olmuhle Sixt' in Eichfeld, met een lieflijke omgeving. De volgende ochtend zijn we vlot bij de grens met Slovenië, waar we in een uur doorheen rijden. Bij Ptuj houdt de snelweg ineens op en gaat over in een tweebaansweg. Bij de grens met Kroatië begint de snelweg (tol) weer. Via Zagreb en Karlovac bereiken we Zadar aan de kust. Halverwege Kroatië stijgt de temperatuur flink. Eindelijk warmte. En dat blijft zo tot de terugreis.

autocamp Martin

Een klein stukje onder Sukosan stoppen we op een camping aan de Adriatische Zee. Onze camper mag vooraan. We kunnen zo in de zee springen en dat doen we dan ook maar. Omdat de volgende dag het weer omslaat, besluiten we de kustweg van Kroatië (A1) te vervolgen en zo snel mogelijk richting Albanië te rijden. Bij de weg naar Ploce stopt de A1 in Kroatië; wij gaan de kustweg E65 op.
Aan de grens met Bosnië-Hercegovina staan enkele douaniers met elkaar te praten. Gewend als we zijn aan de EU-grenzen waar óf niemand staat óf een ongeinteresseerde beambte de andere kant op kijkt, steken we onze hand op en rijden heel langzaam door. Dat blijkt verkeerd ingeschat. Ineens klinkt er bars "Ho!" en stappen twee douaniers voor onze camper. We moeten wel stoppen. "Papers please!", klinkt het dreigend. Na bestudering van onze paspoorten en autopapieren mogen we verder. We doorklieven een stuk kust van Bosnië-Hercegovina dat volledig is volgebouwd met hotels en appartementen. Het bij de Dayton-akkoorden bedongen stuk aan de zee (21km) is optimaal benut. Maar mooi? Daarna komen we opnieuw in Kroatië. Onze camping in Orasac ligt in een voormalige olijfboomgaard en aan de zee. Om daar te komen moeten we te voet circa 400m een steile afdaling volgen, om uit te komen bij een overvol, piepklein strandje met veel gillende kinderen en twee restaurantjes. Even gezwommen en snel naar boven.

De kustweg tot aan Montenegro is erg bochtig, net als in Montenegro zelf, en we kunnen daardoor niet harder dan 50 of 60km. In Kroatië zien we de oude stad Dubrovnik liggen. Heel mooi. Montenegro vinden we verschrikkelijk. Net zoals in Bosnië-Hercegovina is elke centimeter bebouwd. Overal billboards en borden voor hotels, restaurants, appartementen en campings. Van de kust zelf is NIETS te zien. Jammer. Als we Albanië naderen rijden we noordwaarts en krijgen we een totaal ander Montenegro te zien. Veel natuur, alleenstaande huizen, moestuinen, bergachtig landschap. Schitterend. Vanaf de kustplaats Ulcinj rijden we over een tweebaansweg naar de grens met Albanië waar we drie loketten moeten passeren. We rijden steeds enkele meters vooruit. De grenspassage neemt zo'n twintig minuten in beslag.

Albanië

naar boven

terug naar intro