Menu
Pongola game reserve
Pongola game reserve

Ranger Ed in Pongola


Pongolo game reserve
Twaalf luipaarden leven er in Pongola game reserve. En wij mogen bij wijze van hoge uitzondering een night-gamedrive maken in dit gebied van 80 ha. Rond zessen zijn we klaar voor vertrek, we zitten allemaal in de jeep. Zo niet onze gids Ed. Het lijkt in zijn belang de boel zo lang mogelijk te traineren. Als mijn vriendin ongeduldig wordt en zegt: "Come on, let's go", krijgt ze een lesje in 'the African way of life'. Ze moet niet zo gestresst doen, "this is Africa, guys" maar geduld hebben. Hij wil eerst nog van alles vertellen. Over waar hij is geboren, over zijn lange jaren als gids in het beroemde Kruger-park, waar hij vele beroemdheden in zijn jeep heeft gehad, onder wie Brad Pitt en Angelina Jolie en als laatste Tommi Mäkinen. "Ik heb Nelson Mandela twee keer ontmoet."Ed voelt zich in zijn element, hij kijkt de groep stralend aan. Is het niet geweldig?, lijken zijn ogen te vragen. Hij babbelt rustig verder over hoe betrokken hij was bij zijn werk en dat hij weliswaar blank is, maar zwart van binnen. "Ik luister altijd naar de zwarte mensen, met al hun verhalen. Alles wat ik heb geleerd, heb ik van hun." En dat hij sinds een half jaar werkt in Pongolo game reserve, een bewuste keuze, want dicht bij zijn familie en een terugkeer naar zijn geboortegrond. Hij praat, en praat en praat. Als een trotse premiejager staat hij daar, met één voet op de bumper en breed zwaaiend met zijn armen. Wij verbijten ons ongeduld en luisteren zwijgend naar zijn verhalen. "Ik kan jullie zoveel vertellen, guys. Geloof het of niet, het is allemaal waar."

Pongolo game reserve Na ruim een half uur gaan we dan toch. Op zoek naar het luipaard. "Mijn laatste night-gamedrive in dit park is vier maanden geleden. En dit is slechts mijn tweede. We rijden over wegen waar we anders nooit komen, speciaal voor jullie, guys." We rijden in het halfdonker langs dichte begroeiing als Ed plotseling vol op zijn rem trapt. In de achteruit. Een meter. Remmen. En nog een meter. Vol op de rem. Ik voel een flauwe misselijkheid opkomen in mijn maagstreek. Ed kijkt en kijkt. Wij kijken allen met hem mee, hopend op dat ene. Dat hij zag waarvoor we in de jeep zitten. Maar blijkbaar zag hij het niet goed genoeg, want hij stapt uit, loopt om de jeep heen en verdwijnt in het struikgewas. Lange tijd horen we niets, alleen de geluiden van de bush. Ed is in geen velden of wegen te bekennen en er komt een soort kriebellach over ons. Hij blijft zó lang weg dat we ons gaan afvragen of hij niet allang is opgegeten door ja, íets. Ik probeer me te herinneren hoe we zijn gereden, voor het geval we zelf moeten terugrijden. Maar dan ineens is hij daar. Ongeschonden stapt hij uit de struiken en neemt weer plaats op de bestuurdersstoel. Zonder uitleg, zonder verder iets te zeggen, alsof dit allemaal heel normaal is. Vol verbazing doen we er het zwijgen toe.

Pongolo game reserve De zoeklamp gaat aan. Met één hand aan het stuur en in zijn andere hand de lamp rijden we verder. Als hij schakelt, laat hij het stuur even los. Dat gaat niet altijd goed. Eén keer rijden we precies op dat moment door een kuil, waardoor de jeep nogal slingerende bewegingen maakt. Ed is onverstoorbaar. "It's a bumpy road, guys."
Diverse keren stoppen we. Hij opent dan zijn portier, kijkt naar de grond en zegt bijvoorbeeld: "Olifantenpoep, maar al een dag oud." De meeste keren stapt hij uit. Ook gooit hij steentjes naar een verlaten termietenheuvel. Wellicht komt er een hyena uit. Zij vormen vaak de nieuwe bewoners van dit soort plekken. "Er zou zelfs een python in kunnen zitten, guys. Yeah, Africa is not for pussies, guys." Eén keer stopt hij een keutel van een giraffe in zijn mond. Of we ook willen proeven. We kijken hem verbijsterd aan. Hij praat, en praat en praat. Als we rijden, als we stilstaan en als hij is uitgestapt. Stilte is een groot goed deze gamedrive.
Ergens in de verte zien we een lamp seinen. "Dat is de anti-stroperijwacht. Elke avond en nacht zijn er veertig mensen in touw om de neushoorns te beschermen. We doen er alles aan om het stropen tegen te gaan. Desondanks gaat het stropen gewoon door, het is een big issue. In Zuid-Afrika worden per dag vier neushoorns gedood. De stropers komen te voet, met infrarood-apparatuur en geweren. Velen komen uit Mocambique of Swaziland, allebei vlakbij. Hij wijst naar de lichtjes aan de horizon, de grens met Swaziland. Het is vaak een inside-job." Bewakers worden omgekocht om de stropers hun gang te laten gaan. De stroperij is ook de reden dat er geen night-gamedrives zijn in Pongola. Veel te gevaarlijk. "Ze hebben allemaal een license-to-kill, guys. Vanaf een kilometer afstand schieten ze onze jeep overhoop. Maar maak je geen zorgen, ze weten dat we er zijn." Hij seint uitbundig met de koplampen, een actie die beantwoord wordt. "Yeah, these guys are my friends. No worries. I have friends everywhere."

Pongolo game reserve Als we vlakbij de rivier zijn, vangt Ed ineens een nijlpaard in zijn zoeklicht. Het dier wil naar het water en wij zijn tussen de hippo en de rivier. Geen goede positie. Het nijlpaard raakt zoek tussen het struikgewas. En dat is eng. Heel eng. De meeste mensen in Afrika overlijden door een aanval van een nijlpaard. Niet door een leeuw, niet door een krokodil, niet door de malariamug, nee door het nijlpaard. Ed doet zijn uiterste best het dier te vangen in zijn lamp, maar tevergeefs. We voelen ons ongemakkelijk en schuiven wat onrustig op het bankje heen en weer. In theorie zou de hippo ons vanaf links uit het niets kunnen aanvallen. Nerveus zoeken we mee, terwijl Ed tergend langzaam doorrijdt. Ik zou willen dat hij wat sneller zou rijden. Als hij dan ook nog stopt om naar een krokodil in de rivier te kijken, voel ik me helemaal niet meer op mijn gemak. "De hippo kan ons makkelijk omver werpen en dan vertrappen", roept Ed naar achteren, terwijl zijn ogen op het zwarte water zijn gericht. Maar er gebeurt niets. Het nijlpaard is weg en blijft weg.
We verlaten het watergebied en komen weer tussen de struiken en bomen. Ik blijf oplettend om me heen kijken, in de vage hoop wat te zien. Iéts. Een giraffe, een olifant, een leeuw? Iets. Een luipaard? Oeverloos rijden we rond zonder dat we wild zien. "Erg rustig vanavond, guys. Erg rustig. Er is niet veel te zien", verzucht Ed. Het klinkt bijna verontschuldigend. Maar Ed is nog lang niet uitgeblust. Vol energie blijft hij proberen een luipaard te spotten. Een hand aan het stuur en in de andere de lamp. "Ik zoek de hele tijd naar die geel-groene ogen, guys. Ik zou dit rustig twaalf uur achter elkaar kunnen doen, guys. Geloof het of niet." Ik geloof hem. De klok gaat voorbij half negen en we zijn nog lang niet bij het kamp. Mijn maag knort zachtjes. "De kok zal wel boos op me zijn, we komen veel later terug dan afgesproken."

Plotseling geeft hij vol gas. We worden met onze rug in de leuning van de bankjes gedrukt. Hij verlaat het pad en stuurt de jeep de bush in, dwars door het gras vol kuilen en langs zwiepende takken met doornen. "Het is een civetkat, het is een civetkat", schreeuwt hij naar achteren, terwijl hij keihard in de achtervolging gaat. Twee keer zie ik in het schijnsel van zijn lamp een donkere vlek hard wegrennen. We houden ons met alle macht vast aan alles wat we kunnen pakken, terwijl Ed gilt: "Maak een foto, guys. Maak een foto, als je kunt. Snel." Dan verdwijnt het dier tussen de struiken. Ed stopt de jeep en gaat volledig uit zijn dak. Hij maakt overwinningsgebaren alsof hij zojuist Olympisch goud heeft behaald. "Ik zag een civetkat. Mijn eerste in Pongola. Holy shit! Nu ben ik heel blij, guys." Hij huilt bijna van geluk. Terwijl Ed doorjubelt, kijken we hem en elkaar vol ongeloof aan. Niemand van ons heeft de kat goed gezien, maar dan nog. Een civetkat?
Twaalf luipaarden telt Pongola.

Drakensbergen

naar boven

terug naar intro

terug naar Truck en Jeep