gorillatracking

Bwindi


De laatste drie uur rijden we in het donker. De chauffeur voert ons langs onzichtbare afgronden. Samen met hem tuur ik in het schijnsel van de koplampen. Niet te dicht langs de rand alsjeblieft. Her en der op de zandweg liggen omgewaaide bomen; hier bestaat geen Plantsoenendienst. Af en toe kunnen we slechts op het laatste moment een stam ontwijken. Voor in de bus zit Annette, onze Oegandese gids. Hoewel wij elkaar pas een week kennen, weet zij mij rustiger te krijgen. Als de chauffeur even niet rijdt zoals zij het wil, spreekt ze hem vermanend toe. Mijn lot is in haar handen.
Zij zal mij bij de berggorilla's brengen.

De reis naar het Bwindi Impenetrable National Park in het zuidwesten van Oeganda is een langgekoesterde wens. Twaalf jaar geleden al probeerde ik voor de eerste keer berggorilla's te zien. Toen in buurland Rwanda, in het hart van donker Afrika. Dat ging om allerlei redenen mis en in de loop der jaren hadden nieuwe pogingen weinig kans van slagen. Het gebied werd overstroomd door vluchtelingen uit naburige oorlogsgebieden en op de hellingen van Bwindi werden in 1999 zelfs enkele toeristen tijdens een ontvoering vermoord door Hutu-rebellen. De daders zijn nooit gepakt.

Maar nu ben ik er dan toch. In Oeganda, de 'parel van Afrika'. Bij de toewijzing van de 'permits' (vergunningen) blijkt dat wij vrijdag de dertiende aan de beurt zijn, wat direct een ongemakkelijk gevoel geeft. Ons wordt echter bezworen dat er negen-en-negentig procent kans op succes is! De groep met maximaal zes toeristen wordt begeleid door spoorzoekers, hakkers, bewapende 'rangers', een gids en zes dragers. De tassen met fotospullen worden te zwaar geacht om zelf urenlang mee te torsen in het vrijwel ondoordringbare regenwoud.
Na een korte instructie over wat wel en vooral wat niet mag, zet de groep zich in beweging. Per persoon gaan er vijf flessen water mee. Dat zal geen overbodige luxe blijken. Zelfs in het regenwoud, waar de zon amper de onderste regionen bereikt, is het bloedheet. Na een uur lopen zijn er al twee flessen leeg.

tropisch oerwoud

Als we de rand van het oerwoud bereiken, stijgt de opwinding in de groep. In theorie kunnen we de gorilla's nu elk moment zien. Ik spits mijn oren en kijk extra goed rond. Zinloos, want het zicht reikt niet verder dan een paar meter, maar toch. De eerste helling nemen we in een opperbest humeur, op de tweede slaat de vermoeidheid toe en bij de derde worden we moedeloos. Uren zijn verstreken en in de laatste fles rest nog een bodempje water.

Waarom zien we ze niet? Waar zijn ze? Deze woorden dreunen in mijn hoofd bij elke stap die ik zet. De gids praat onafgebroken door zijn walkie-talkie met de andere groepen (toeristen). Niemand begrijpt hem. Als we een vraag stellen, geeft hij een ontwijkend antwoord. Ons voorgevoel zegt ons dat we ze niet zullen zien. Maar we lijden in stilte.

Mijn benen zijn zó moe dat niet alleen de hellingen onneembaar worden, voor de afdalingen geldt hetzelfde. Met handen en voeten klauteren en glijden we door Bwindi. Mijn voeten raken steeds vaker verstrikt in de lianen die overal lijken te liggen en te hangen. Boompjes waaraan ik me vastklamp, blijken bedekt met gemene doornen. De zoektocht wordt een helletocht.
Er moet een reden zijn dat juist ík ze niet zie. Ze willen me vast testen. Kijken of ik het waard ben. Twaalf jaar wachten is blijkbaar niet genoeg. Eerst moet ik door het stof, het oerwoud van binnen en buiten zien, achter mijn laatste adem aan. Na acht lange uren geeft de gids het sein dat we teruggaan. Hevige teleurstelling en een extreme vermoeidheid brengen bij sommigen de tranen. Het hoofddoel van de reis (door Oeganda) is achter de rug. Twaalf jaar wachten blijft onbeloond.
Het is voorbij.

berggorilla

Maar bij de verzamelplaats wacht ons een verrassing: de toeristen die niets hebben gezien, mogen morgen - mits er plaats is - gratis nogmaals naar boven. Ik ben te moe om vreugde te voelen. 'No way' dat ik dit morgen opnieuw kan doen. Mijn krachten zijn volledig opgebruikt en eigenlijk meer dan dat.
Maar de volgende ochtend blijkt mijn mentale weerbaarheid groter dan gedacht. Het idee dat aan het einde van de dag de zonder mij vertrokken groep opgetogen terugkeert, geeft het laatste zetje. Ik bind mijn schoenen weer onder en duw mezelf naar de verzamelplaats. Er is plek. Ik begin van voren af aan. Louter op pure wilskracht beklim ik opnieuw de hellingen. En dan, na nog eens drie uur tracking, is de lijdensweg ten einde. De ranger wenkt ons, grijnst en spreekt de verlossende woorden: 'Get your camera's ready.' Emoties gieren door mijn keel.

Eindelijk is het dan zover. Ik ga ze tóch zien. Waar blijft mijn drager nou? Terwijl ik nerveus mijn fotocamera uit mijn tas haal, durf ik de ranger nog steeds niet op zijn woord te geloven. Misschien heeft-ie zich vergist. Op zijn teken lopen we zo geruisloos mogelijk achter elkaar een paar meter verder. Als ik halt moet houden, hoor ik voor me al het geklik van een camera. Dus toch. Ik kijk in dezelfde richting en zie een gorilla van enkele jaren oud onze kant uitstaren.

berggorilla berggorilla

Met zijn linkerhand ondersteunt hij zijn kop, terwijl hij een verveelde blik opzet. Ik grinnik uit herkenning. Ze zijn net als wij. Mijn ogen schieten heen en weer tussen de diverse leden van de groep. De leider, de 'silverback', zit boven in een boom en schudt met verwoestende kracht de takken heen en weer. Er vallen enkele vruchten naar beneden.
In een mum van tijd heeft hij de grond bereikt. Onder de priemende blikken van zes paar westerse ogen, geeft hij een roffel op zijn borstkas ten beste. Het klinkt hol. Hij is de baas, dat we het maar weten. Een vrouwtje zakt onderuit en verorbert op haar gemak een van de vruchten. Intussen houdt ze ons zo onopvallend mogelijk in de gaten. Kijken mag. Als de ranger het teken geeft dat we moeten gaan, kan ik me nauwelijks losmaken van dit ongelooflijke schouwspel. Het is fantastisch. Een uur lang heb ik alles opgezogen; voor altijd op mijn netvlies. Maar ik huil niet, ik tril niet. Tegen alle verwachting in blijft een overweldigend gevoel uit.
Echter, enkele uren later, bij het afscheid van de ranger, komen alsnog alle emoties los. Ik wil hem omhelzen, stevig vasthouden, eindeloos bedanken. Het blijft bij een handdruk, wel een innige. Ik wil van alles tegen hem zeggen. Ineens voel ik tranen achter mijn ogen. 'Geoffrey, thank you for bringing me there' is het enige dat er uit komt. Maar ik heb zelden iets meer gemeend dan dat. Hij lacht de lach van een winnaar. Hij heeft immers de mooiste baan van de wereld. Wat voor mij een 'once-in-a-lifetime-experience' is, is voor hem bijna dagelijkse kost. Vijf keer per week mag hij de bergen in voor een ontmoeting met de gorilla's. Bij terugkeer wacht de vette tip van de dolgelukkige toeristen. Zonder te kijken stopt hij de briefjes in zijn zak. Hij weet wat de 'mzungu' (blanken) geven.
Voordat onze handen loslaten, wisselen we een laatste blik.
Wij lachen onze stralendste lach.

Rondreis Oeganda

naar boven

terug naar intro