Menu
Saignon
Saignon

Saignon


Bonnieux Auribeau Luberon Luberon Luberon Saignon Saignon Saignon Saignon Saignon We zouden van alles kunnen doen, want de Vaucluse in het zuiden van Frankrijk is gezegend met de meest mooie dorpen en plaatsen. Mits je bevattelijk bent voor de Franse sfeer natuurlijk. Maar af en toe een wandeling en wat toeren in de omgeving zijn onze enige activiteiten. Daar komt bij dat het ons negende bezoek aan de Vaucluse is, dus we weten wel zo'n beetje van de hoed en de rand. Overal zijn we geweest, tussen tien en twintig jaar geleden. St Martin de Castillon is voor ons meer dan bekend terrein. Vele keren hebben we een huis gehuurd op de heuvel op weg naar het dorp en vele keren daarna de - toen nog - B&B onderaan die weg. Natuurlijk gaan we langs. Zij - de eigenaresse - woont er nog, maar met de B&B is ze gestopt. Nog één keer kijken we naar het prachtige huis met de grote tuin rondom. De schuur waar we altijd zaten. Zoveel gelukkige herinneringen. Het ligt allemaal in het verleden. Ook voor ons een afgesloten periode. "Das war einmal", zei mijn moeder zo vaak. En net als in mijn jeugd dringt ook nu de betekenis daarvan akelig goed tot mij door.
Voor ons is deze reis sowieso een trip 'down memory lane'. Een route langs 'onze' plekken, want zo voelt het toch wel een beetje. Dat begint als we de 'route du soleil' verlaten. We zijn Saint-Péray, vlakbij Valence, dan al gepasseerd. Daar kochten we heel vroeger onze wijn die mee naar huis ging. Dat deden we een aantal jaren. Maar nadat alle platanen op het 'très charmante' en o zo Franse parkeerterreintje waren gekapt, zonder vervangende beplanting, besloten we daar niet meer te kopen. De sfeer en onze lol waren volledig verdwenen door het kale terrein. Jammer. Maar daarna hebben we op onze toertochten door het dal van de Rhône vele andere, zeer goede wijnhuizen gevonden. Geen zorgen.
Vanaf Avignon rijden we de weg der herkenning. Op de D900 richting Apt komen we langs Oppède, Ménerbes en Bonnieux. Deze drie, maar zeker Bonnieux, behoren naar mijn mening wel tot het mooiste wat te Vaucluse te bieden heeft. Vlakbij deze plaats ligt de 'pont Julien', de eeuwenoude brug, waar we zoveel keren naast hebben gestaan, met onze honden. In de beginjaren stond er nog veel water in het riviertje de Calavon, maar in de loop der tijd konden we onder de brug doorlopen, zelfs zonder natte voeten.
Tussen Apt en St Martin de Castillon liggen het zeer fraaie Saignon en de gehuchten Auribeau en Castellet. Alleen te vinden als je vanaf de 'grote weg' (D900) de D48 opdraait. Gehuchten waarin zo op het oog een opgehangen feestslinger met lampjes de enige uiterlijke verandering is in al die jaren.
Natuurlijk rijden we ook dit jaar voor de zoveelste keer deze binnenweg, met overal lavendelvelden, die - de een wat mooier dan de andere - al van verre lonken naar de voorbijganger. Rondom de lavendel gemaaid hooiland, vlakten met kersenbomen of wuivend geel. Het Franse land kan een mens zomaar in verrukking brengen.
In Saignon parkeren we de buscamper en lopen we door de prachtige, oude straten. Het alom aanwezige natuursteen siert de gevels, dan glad gepleisterd en dan weer ruw, verrijkt met de meest fraaie buitenlampen en al dan niet afgebladderde luiken, in alle soorten, maten en kleuren. Een typisch kenmerk van het Franse (platte)land, een sfeermaker ook.
Op het centrale pleintje, Place de la Fontaine, met de fraaie, grote fontein hebben we eveneens veel herinneringen liggen. Eigenlijk zijn we van plan hier te lunchen, maar tot onze teleurstelling is de Auberge du Presbytère gesloten (de auberge heropent vanaf Pinksteren dit jaar). De gevel met de fraaie bogen, waarin de houten 'tuindeuren' met ronde bovenkanten, is nóg meer overwoekerd dan het al was in de hoogtijdagen van het restaurant annex hotel. We hebben er werkelijk fantastisch gegeten aan tafels van gietijzer met bijpassende stoelen. Alles klopte: de ambiance, het meubilair, de bediening, het eten en de omgeving. Eén van de weinige restaurants, die me de rest van mijn leven zal bijblijven. Als je een dag van te voren reserveerde, had je meestal nog net een plekje op het sfeervolle plein tussen het geroezemoes van de gasten, vermengd met het zachte geklater van de fontein en het klinkende geluid van twee proostende wijnglazen. Nu hangen de spinnenwebben bij de ingang. Het deel 'tère' van de naam op de gevel gaat schuil achter een conifeer.
Vervlogen tijden. Voor ons rest de herinnering aan dat wat ooit was. Misschien wel symbolisch voor ons gevoel tijdens deze reis.