camping siveri

Letland


grens letland dorp in letland houten huis camping siveri houten huis asfaltweg meer van al├╝ksne

Vanuit Litouwen steken we aan de oostkant van Letland de grens over. Ook hier zijn de (binnen)wegen slecht. Hobbeldebobbel. Het oosten van Letland is echt niemandsland. Zeer dun bevolkt, geen industrie en waarschijnlijk ook weinig werkgelegenheid. Her en der liggen wat huizen verspreid, doorgaans met een grijs verweerd uiterlijk. Af en toe komen we door een dorpje. Ook daar is weinig leven te bespeuren.
Uren en uren rijden we door de leegte. Er is ook geen ander verkeer. Verbazingwekkend genoeg worden we aangehouden door een politie-auto. Waar we vandaan komen, paspoort en autopapieren please. Natuurlijk. Beleefd en een tikje onderdanig zijn, dat is altijd het beste. Zoveel campers zijn er hier ook niet te zien, misschien zijn ze gewoon nieuwsgierig.
We vergapen ons aan de prachtige luchten, die we trouwens in heel de Baltische Staten zien. Een beetje Nederlands licht. Wat zouden Jacob van Ruisdael en Jan Voerman hier hun hart hebben kunnen ophalen. En wat zou ik die schilderijen graag zien!
Het toerisme is hier nog niet optimaal ontwikkeld, zou je met enig gevoel voor understatement kunnen zeggen. En misschien is dat maar goed ook, moet het altijd zo blijven. Twee campings telt het oosten, op honderden vierkante kilometers. De eerste is camping Siveri in Siveri. Schitterend gelegen aan het meer van Siveri. Waarom zou je een andere naam verzinnen? We rijden een pad in waarlangs de eigenaresse met een trimmer de graskanten maait. We komen uit op een grasveld naast een meer met riet langs de oevers. Wat een plek! Het duizelt ons gewoon. Hier wil je niet meer weg. Wel moeten er nog lati worden gehaald, want op deze camping kan niet met een plastic kaart worden betaald, zoals trouwens vrijwel nergens in de Baltische Staten. Eh ja, maar hoe komen we daar aan? Onderweg hebben we nergens een bank gezien, laat staan een pin-automaat. We kunnen even mee met de eigenaresse, die 's winters in Riga woont. Zij gaat wat inkopen doen.
Onze stoelen zetten we aan de waterkant. Op de steiger proberen kleine kinderen een vis te vangen. Ze zijn driftig met hun hengels in de weer. Ze hebben geen weet van de recente bezettingsgeschiedenis van hun land. Dat ze nu vrij zijn. Vrij, vrij, vrij. Ze kunnen doen wat ze willen. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar is het niet. Hun ouders zijn nog gedeeltelijk opgegroeid onder de Russen.
Onze idylle is van korte duur. Van over het water komt een donkere lucht aanzetten en de wind steekt op. Het gaat keihard regenen. Weg onze barbecue. Mijn vriendin heeft de tegenwoordigheid van geest de camper vast verder van het water af te rijden, want het is daar nu al zompig op sommige stukken. Dat blijkt verstandig. Het regent tot en met de volgende ochtend en onze oude plek is veranderd in een modderpoel. Omdat de weersverwachting slecht blijft, besluiten we deze goddelijke plek te verlaten, maar wel met pijn in het hart.
Ergens halverwege Letland zoeken we naarstig naar de andere overnachtingsplek, in het oosten. Er moet een jeugdherberg zijn met plaatsen voor een camper. We vinden het wel, maar alles oogt dicht. Om ons heen grassen, bomen en leegte. Hier ergens is de Ikon-documentaire 'Aan 't eind van de weg' opgenomen. De docu portretteert een oude vrouw op een boerderij die op instorten staat. Er is geen elektriciteit en geen stromend water en om de verharde weg te bereiken, moet ze drie kilometer door dicht bos lopen. Haar zoon woont in Noorwegen en haar dochter in Italië. Als ze moeder opzoeken, komen onuitgesproken gedachten en gevoelens naar boven. Boeiend.
In Balvi doen we boodschappen. We rijden door naar camping Jaunsetas in Alüksne. Weer vragen we de weg. De camping ligt aan het meer van Alüksne, dat sterk naar ijzer ruikt. Net als de douche. En dat is niets voor onze verwende neusjes.

Estland

vorige pagina

naar boven

terug naar intro